VAREN WAAR GEEN WATER IS

Geschiedenis

De dominantie van de Enterse schippers

In vroegere tijden domineerden de Enterse schippers vrijwel volledig de scheepvaart op de Regge, hoewel schippers uit Almelo en Hellendoorn ook actief waren. Het hoogtepunt van de zompvaart bevond zich rond 1800, met maar liefst 125 van deze vrachtschepen in bedrijf. Opmerkelijk genoeg werden alle bekende zompen gebouwd op de scheepswerven van Enter. De naam “Schuitemaker” heeft zijn oorsprong in Enter, toen de eerste Enterse predikant in het doopboek de aantekening “(oft Schuytemaker)” toevoegde aan een zekere Timmer-Tönnis. Een andere prominente scheepsbouwer was Van de Berg, die de Koelenwaarf beheerde.

Volgens van der Aa’s Aardrijkskundig Woordenboek uit 1847 telde Enter “meer dan 60 schippers”, waarbij de schuiten die hier werden gebouwd werden geprezen als de beste van Twenthe. De scheepvaart op de Regge dateert zelfs al uit 1404, zoals van der Aa aangeeft. De opkomst van de textielindustrie in Goor, later in Nijverdal, en de jute-industrie in Rijssen gaven de zompvaart een extra impuls. Met de aanleg van de straatweg van Almelo naar Zwolle in 1823 en de spoorlijn van Deventer naar Enschede in 1888 kwam echter een einde aan het tijdperk van het moeizame varen. Een bijzondere vermelding verdient de turfschipperij van Vriezenveen, waar kleine zompen turf vervoerden via kleine beekjes en slootjes naar Twentse dorpen en steden. Dit was vooral van belang omdat turf een belangrijke brandstof was in een tijd waarin steenkool nog nauwelijks werd gebruikt.

Navigatie op de Regge en Technische Uitdagingen

De kronkelige loop van de Regge, gecombineerd met het gebrek aan overheidsingrijpen voor verbeteringen, zorgde voor uitdagende navigatieomstandigheden. Tijdens periodes van lage waterstanden legden zompschippers dammen aan en wachtten geduldig op stijgend water om hun reis voort te zetten. Na het doorbreken van deze dammen moesten schippers behendig en in konvooi door smalle sleuven navigeren. Het graven van deze sleuven herhaalde zich regelmatig langs de kronkelende waterweg. Jans ten Berge, een prominente zompschipper, zette zijn zomp na de stopzetting van zijn bedrijf in voor pleziervaarten. Na een tragisch incident in 1939 verkocht hij zijn schuit en verhuisde deze zomp, de Regt door Zee, naar het Openluchtmuseum in Arnhem, waar de zomp in 1942 door een granaat werd getroffen. De overblijfselen van de zomp zijn gereconstrueerd en worden nu tentoongesteld in het Zompenmuseum in Enter. Het tijdperk van moeizaam varen eindigde definitief na de aanleg van de straatweg van Almelo naar Zwolle in 1823 en de spoorlijn van Deventer naar Enschede in 1888.

De geschiedenis

Een Duik in de Maritieme Historie van Enter op de Regge

Verspreid over diverse jaartallen worden getallen genoemd die de omvang van de zompen- en zompschippersgemeenschap op de Regge illustreren. In 1851 passeerden maar liefst 3700 zompen de stad Ommen, en in 1795 telde Enter 83 schippers onder de 307 gezinshoofden bij een volkstelling. De zompschippers waren al eeuwenlang actief, zoals blijkt uit een citaat uit 1404. Enter groeide uit tot een essentieel centrum voor zompen en klompen, gedreven door de nabijheid van de Regge, overvloedige bomen in het Reggedal en het vakmanschap van lokale timmerlieden. De eerste genoemde schipper, Timmer-Tönnis, dateert terug naar 1685. De ontwikkeling van de textielindustrie in de 19e eeuw, met dank aan de Nederlandse Handel Maatschappij en innovaties zoals de snelspoel, versterkte de rol van zompschippers in Enter.